DRIES ROELVINK: “WIE TREEDT ER OP ZIJN 65STE NOU NOG OP IN EEN ZWEMBROEK VOOR 50.000 MAN?”

door | dec 1, 2025

Geboren als Jordanees, maar een Zuidbewoner in hart en nieren. Dries Roelvink (66) is met geen mogelijkheid meer weg te denken uit de prestigieuze P.C. Hooftstraat. Spontaniteit en onverwachtse plannen liggen niet in zijn straatje, het liefst houdt Dries zich aan een strak regime. Vliegen met een stropdas om, vertrouwde wijnen in zijn favoriete restaurant; zijn dagen zijn altijd vooruit gepland. “Veilig en lekker”, noemt hij dat, tot ergernis van zijn vrouw Honoria, met wie hij al vijftien jaar gelukkig getrouwd is.

Gehuld in tweedelig pak en in de startblokken voor de feestdagen loopt Dries door de draaideuren van het Apollo Hotel, wat al vijftig jaar zijn vaste stek is. En eerlijk is eerlijk, als iemand kerst ademt is het Dries wel. Met zijn jeu tijdens optredens, de gelikte en perfect op maat gemaakte outfits en z’n eeuwige liefde voor goede wijn en lekker eten is hij de belichaming van de feestdagen, en een onmisbaar karakter in december.

 

“Men ziet mij als een feestzanger, maar mooie en echte muziek is mijn passie.”

 

Hoe was als het geboren en getogen Amsterdammer om hier op te groeien?

“Ik ben geboren in de Jordaan, maar daar weet ik niks meer van. Daarna zijn we naar de Ruysdaelkade verhuisd, waar ik op school heb gezeten. De lagere school ging goed, maar toen maakte ik de fout om naar de technische school te gaan. Na een paar weken begon ik al te spijbelen, er zaten geen meisjes in de klas en de muren kwamen op me af. ’s Ochtends maakte mijn vader een broodje voor mij, ik stapte op mijn fiets en hij zwaaide mij uit tot hij me niet meer zag. Ik wist precies tot waar hij mij kon zien, dus zodra ik de hoek om was fietste ik door naar mijn oudere zus om daar verder te slapen.”

Anke de jong<br />

Tekst: Lisanne Roldaan
Fotografie: Ashkan Mortezapour 

Advertentie
Gelderlandplein Magazine
Rico's

“Ik had maar één doel: voetballer worden.”

Wist je toen al dat je zanger wilde worden?

“Nee, ik had maar één doel: voetballer worden. Als klein jochie voetbalde ik elke dag op straat, oude mannen zeiden tegen mijn vader dat ik best wel eens wat zou kunnen bereiken. Ik heb tien jaar lang in de jeugdelftallen gespeeld, later ook betaalde wedstrijden. Maar op de achtergrond speelde de zangcarrière van mijn moeder altijd mee. Zij zong met Willy Alberti en Johnny Jordaan, en heeft zelfs ooit een gouden plaat gehaald. Mijn moeder probeerde me vanaf mijn veertiende over te halen om de muziek in te gaan, maar ik dacht alleen maar aan voetbal. Tot ik op een dag zanger Ben Cramer op tv zag, toen was ik verkocht.”

 

Wat veranderde er?

“Ik vond hem heel goed, dus ik begon voor de spiegel te oefenen. Met een kam in mijn handen probeerde ik Ben na te doen, tot de danspasjes aan toe. Toen ontdekte ik Tom Jones en Engelbert Humperdinck, artiesten waar mijn moeder lp’s van had, en toen kwam ik los. Ik zong de hele dag in huis, behalve als er visite kwam. Na een paar jaar schreef mijn zus mij in voor een talentenjacht in The Shorts Of London op het Rembrandtplein. Zangles kreeg ik van René Froger, hij stond elke avond in de Bolle Jan.

Die talentenjacht heb ik gewonnen, en samen met René ben ik met die prijs het Rembrandtplein overgegaan. Het leek wel alsof ik de Champions League had gewonnen.”

 

Heb je van je moeder ook zangles gehad?

“Wel wat tips, maar het meeste heb ik van Ben Cramer geleerd, hij is en blijft mijn idool. Of van Bram (Koning, red.) bijvoorbeeld, mijn rechterhand, hij schrijft veel liedjes voor mij. Hij kan mij precies vertellen hoe ik iets moet aanvliegen op muzikaal gebied, of hoe hij de tekst van een liedje bedoeld heeft toen hij het schreef.”

Wat is op muzikaal gebied je grootste ontwikkeling geweest?

“Tekstbeleving. Dat elk woord de juiste lading heeft. Willeke Alberti is daar bijvoorbeeld heel sterk in. Men ziet mij, ik zou bijna helaas zeggen, als een feestzanger, maar mooie en echte muziek is mijn passie. Ik neem veel pure en kwetsbare muziek op, maar daar gebeurt niet zoveel mee.”

Vind je dat jammer?

“Het heeft me geen windeieren gelegd, want elke avond zet ik – op welke plek dan ook -de tent weer op z’n kop. Maar ik heb bijvoorbeeld laatst een Nederlandstalig album op de Spaanse melodieën van Luis Miguel gemaakt, het eerste exemplaar reikte René aan mij uit. Dat maakte voor mij de cirkel rond. Al mijn vrienden, familie en kennissen waren er die dag, toen ik begon met zingen was de zaal doodstil. Aan het einde had iedereen tranen in zijn ogen. Communiceren met mensen, dat is voor mij de charme van muziek.”

 

Wat is het mooiste moment uit je carrière?

“Ik heb in 2001 een feest voor mijn vader georganiseerd ter ere van zijn tachtigste verjaardag. Daar heb ik een lied over geschreven, en toen ik dat voor hem zong had hij tranen in zijn ogen. Volgens mij heeft hij me toen ook vergeven dat ik mijn voetbalcarrière vervangen heb voor mijn zangcarrière.”

 

Benieuwd naar het hele interview met Dries Roelvink? Lees het in de Zie Oud Zuid van december.

anke de jong<br />