Tatum op de thee bij makelaar Hanneke Verburg

door | sep 3, 2026

Ik ga op de thee bij iemand die professioneel bezig is met goed doen. En dat doet ook mij goed. Aan de keukentafel van Hanneke Verburg (1962) in hartje Oud-Zuid praten we over haar nieuwe leven als oma, haar liefde voor de buurt en een loopbaan waarin maatschappelijke betrokkenheid een grote rol speelt. Acht jaar lang was ze algemeen directeur van Make-A-Wish Nederland, de organisatie die wensen van ernstig zieke kinderen vervult. Sinds begin 2025 is ze senior Philantropy Officer bij private bank InsingerGilissen, waar ze families en ondernemers helpt om met hun vermogen iets blijvends te betekenen voor de maatschappij. Twee jaar geleden verruilde ze de drukte van de Amsterdamse binnenstad voor Oud-Zuid, een buurt waar ze zich helemaal thuis voelt.

 

Sinds wanneer woon je in Oud-Zuid?

̋Pas sinds twee jaar. Ik ben geboren en getogen in Leiden en heb jarenlang in Oegstgeest gewoond; een prachtige plek om je kinderen te laten opgroeien. Maar toen mijn zoon en dochter allebei in Amsterdam gingen studeren en ik inmiddels gescheiden was, dacht ik: wat doe ik hier eigenlijk nog? Ik wilde dichter bij mijn kinderen wonen. Eerst keek ik naar huizen in Oud-Zuid, maar het dorpse karakter deed me toen té veel aan Oegstgeest denken. Dan kan ik net zo goed daar blijven, vond ik. Mijn dochter wees me vervolgens op de Westerdoksdijk, waar allerlei nieuwe appartementen werden gebouwd. In 2011 kocht ik daar een penthouse. Destijds was dat nog een heel ander gebied. De buurt stond zelfs bekend als de ‘Boulevard of Broken Needles’ vanwege de drugsverslaafden. Daarna heeft de wijk zich enorm ontwikkeld. Ik heb er twaalf jaar met veel plezier gewoond, maar uiteindelijk werd het me te druk door alle toeristen. Het voelde steeds minder als een buurt met een eigen identiteit.”

 

Dus toch weer een beetje ‘Terug naar Oegstgeest’, ofwel: Oud-Zuid…

”Ja! Mijn dochter woonde inmiddels in Zuid en mijn zoon aan de andere kant van het Vondelpark. Ik dacht: laat ik toch nog eens gaan kijken. Dit huis voelde meteen goed. Het was door een binnenhuisarchitect helemaal af, dus ik kon er zo in, echt een mazzeltje. En ja, dat gevoel van Oegstgeest herken ik wel. Je hebt hier mooie winkels, goede horeca en echt contact met mensen uit de buurt. Als ik hier over straat loop, heb ik het gevoel dat de mensen die ik tegenkom ook echt bewoners zijn. Dat had ik in het centrum totaal niet meer. Daar kwamen steeds meer stroopwafel- en pindakaaswinkels voor toeristen en had je nauwelijks contact met bewoners. Inmiddels heb ik ook twee kleinkinderen, dus ik ben ontzettend blij dat ik zo dichtbij woon.”

 

Oh, wat leuk, je bent oma!

”Ja, oma zijn is een hele nieuwe dimensie, fantastisch! Ondanks mijn 36-urige werkweek pas ik veel op. Ik zeg weleens tegen mijn kinderen: misschien heb ik jullie vroeger, toen ik fulltime werkte, een beetje tekortgedaan. Dat probeer ik nu als oma ruimschoots goed te maken. Vrijdag is in principe mijn oma-dag, maar als het nodig is, ben ik er ook op andere momenten. Mijn dochter kreeg drie maanden geleden haar zoontje. Deze week slaap ik bij haar, omdat zij nog met zwangerschapsverlof is en haar man voor werk in Singapore zit. Overdag ga ik gewoon naar mijn werk en fiets ik alleen even naar mijn eigen huis om schone kleren op te halen.”

 

Naast oma-zijn noem jij jezelf ‘makelaar in betekenis’. Vertel…

”Die term heeft iemand anders ooit voor mij bedacht, ik vond hem meteen heel mooi. Bij private bank InsingerGilissen begeleid ik klanten op het gebied van filantropie. Ik breng ze in contact met goede doelen en laat zien wat ze met hun vermogen kunnen bijdragen aan de samenleving. Dat doe ik door samen met goede doelen evenementen te organiseren en klanten mee te nemen naar organisaties als Artsen zonder Grenzen of Alzheimer Nederland zodat ze met eigen ogen kunnen zien wat daar gebeurt.”

Hoe ben je daar terechtgekomen?

”Ik ben ooit begonnen in het onderwijs, als kind wist ik al dat ik voor de klas wilde staan. Ik begon als docent Engels en Duits op een middelbare school in Den Haag en werd op mijn 29e afdelingsdirecteur. Later maakte ik de overstap naar een marketing- en pr-bureau, waar ik uiteindelijk ook directeur werd. Leuk werk, maar na verloop van tijd begon er iets te knagen. Ik miste het gevoel uit het onderwijs: echt van waarde kunnen zijn voor een ander. Toen kwam Make-A-Wish op mijn pad. Daar heb ik acht jaar als directeur gewerkt. Het mooie aan Make-A-Wish is dat je heel direct ziet wat je werk doet. Je ontmoet de kinderen, de ouders en vrijwilligers en ziet wat het vervullen van zo’n wens voor een gezin betekent. Dat heeft ontzettend veel indruk op me gemaakt. Na acht jaar was ik toe aan een nieuwe stap. Zo kwam ik in contact met InsingerGilissen. Daar zochten ze iemand die filantropie verder wilde opbouwen en er vorm aan wilde geven. Als je me anderhalf jaar eerder had verteld dat ik bij een private bank zou gaan werken, had ik je verbaasd aangekeken. Maar toen ik hoorde wat de opdracht was, dacht ik: dit past me eigenlijk heel goed.”

 

Draait jouw werk nu de hele dag om rijke mensen?

”Dat denken veel mensen. Natuurlijk werk ik bij een private bank en moet je een bepaald vermogen hebben om klant te worden. Maar filantropie is veel breder dan alleen geld. Het gaat over betrokkenheid. Je kunt geld geven, maar ook je tijd, kennis of ervaring inzetten. Bijvoorbeeld door bestuurder te worden van een stichting. Uiteindelijk draait het om de vraag: hoe wil jij iets betekenen voor een ander? Want wanneer ben je eigenlijk rijk? Niet als je vijf, tien of vijftig miljoen op de bank hebt staan. Voor mij ben je rijk als je het gevoel hebt dat je de dingen kunt doen die voor jou belangrijk zijn en daar betekenis aan kunt geven.”

 

Zijn Zuid-bewoners eigenlijk een beetje vrijgevig als het om goede doelen gaat?

”Dat wil ik eigenlijk nog eens onderzoeken. Toen ik een workshop gaf aan de kinderen van onze klanten, de NextGen, liet ik als eerste een foto van het Vondelpark zien en vroeg: ‘Wie heeft dit eigenlijk aangelegd?’ Vrijwel iedereen dacht de gemeente. Maar het waren juist vermogende particulieren, zoals Van Eeghen en Sarphati. Zij speelden een belangrijke rol bij het oplossen van maatschappelijke problemen in Amsterdam. Misschien gaan we wel weer een beetje terug naar die tijd, waarin particulieren daar weer een grotere rol in pakken.”

 

Wat hoop je later zelf na te laten?

”Mijn overtuiging dat ‘goed doen het nieuwe rijk is’. Dat is echt mijn motto. Ik hoop dat ik anderen kan inspireren om ook iets voor een ander te betekenen. Ik ben zelf in mijn carrière altijd geholpen door anderen. Daarom maak ik ook graag tijd voor mensen die mij een berichtje sturen. Dan zeg ik: kom, we gaan koffiedrinken. Elkaar helpen, inspireren en je kennis en netwerk delen, dat vind ik heel belangrijk. Als mensen later zeggen: ‘Zo heeft zij dat gedaan, dat inspireert mij ook’, dan zou ik dat een hele mooie nalatenschap vinden.”

 

En… ga je Zuid ooit nog uit?

”Néé…” Dat klinkt heel overtuigend.”Mijn dochter zegt weleens dat ze de stad zo druk vindt. Dan roep ik meteen: ‘Jullie gaan niet weg hoor, want ik wil wel bij jullie in de buurt blijven wonen!’ Ik heb er dus alle belang bij dat ze in Amsterdam blijven. En eerlijk gezegd zou ik ook niet weten in welke andere wijk ik zou willen wonen. Ik vind de rust hier heerlijk. Het voelt toch een beetje als een dorp in Amsterdam.”

 

Maar wat als je kinderen straks toch weer naar Oegstgeest willen verhuizen?

”Tja, dan wordt het een ander verhaal. Maar goed, dan zijn ze wel meteen hun vaste oppas kwijt, dus ik vermoed dat ze dat niet zo snel zullen doen, haha!”

Advertentie
Gelderlandplein Magazine