
OP DE THEE BIJ: BUITENVELDERT BOY, BODHY BUIT
ELKE MAAND GAAT TATUM DAGELET OP DE THEE BIJ EEN INTERESSANTE, BEROEMDE OF BERUCHTE BEWONER VAN ZUID.
Op de thee gaan bij mijn neef Bodhy is altijd een feestje, maar inmiddels anders dan ooit tevoren. Negen jaar lang woonde hij anti-kraak, continu in verschillende panden, variërend van oude, krakende schoolgebouwen tot woningen met schimmel, lekkages en douches die vaker niet werkten dan wel. Dat rauwe, nomadische bestaan heeft hij nu ingeruild voor iets compleet anders: de Quartz, de 75 meter hoge, golvende woontoren van Q Residences in Buitenveldert.
Bodhy (26), ondernemer en padeltrainer, kan zijn geluk niet op in het lichte appartement met vloerverwarming, een balkon dat twee keer per dag zon krijgt én een sportschool in het gebouw. Het contrast kan bijna niet groter: van tochtige ruimtes naar hotelcomfort. Tijd om tijdens de thee te horen hoe deze nieuwe, volwassen fase hem bevalt.
Wat een verschil met de anti-kraakpanden waar je woonde!
“Ja, het is echt het ene uiterste naar het andere. Op mijn achttiende ging ik uit huis en schreef ik me in voor anti–kraak, waardoor ik kon wonen in leegstaande panden: oude kantoor- en schoolgebouwen of woningen die op renovatie of sloop wachtten. Vaak zat ik er maar een paar maanden, en moest ik er alweer uit. In totaal heb ik op vier plekken gewoond. In De Pijp, de Van Eeghenstraat, de Dongeschool en een familiewoning in Oost. In dat laatste huis woonde ik uiteindelijk zes jaar. Het tapijt was volgens mij net zo oud als het pand zelf en begon een eigen leven te leiden. Er waren lekkages, water dat door het plafond kwam en op een gegeven moment deed de douche het helemaal niet meer. De laatste maanden douchte ik in de sportschool, bij mijn ouders of bij mijn toenmalige vriendin. Er zat ook overal schimmel op de muren. Toen kwam deze woning op mijn pad, als een geschenk uit de hemel!”
Tekst: Tatum Dagelet
Foto’s: Toy de Wild
Was het alleen maar ellende in die anti-kraakpanden?
“Het was óók heel leuk. Tijdens corona werd het een soort feestkantine. Op studentenverenigingen mocht niks, dus iedereen kwam naar mij. In die grote panden kon je ook van alles doen: verstoppertje spelen, skaten, soms maakten we onze eigen escape room. Het was zó groot en zó leeg dat je er alles van kon maken. Dit appartement is veel kleiner dan de panden waar ik heb gewoond, vijftig vierkante meter in totaal, maar dat vind ik eigenlijk fijner, dat enorme had vooral nadelen. En wat heel relaxed is: dit is de eerste plek waar ik kan ademhalen zonder te denken: misschien moet ik er volgende maand weer uit.”
Je hebt in veel delen van Amsterdam-Zuid gewoond. Waar voel je je het meest thuis?
“In de Rivierenbuurt. Daar ben ik opgegroeid, ik ken er alles en veel mensen die ik al mijn hele leven zie wonen er nog steeds. Dat voelt echt als thuis. Buitenveldert vind ik ook heel fijn. In het chique Oud-Zuid voelde ik me als anti-kraak een beetje shabby, en de Pijp is te druk voor mij. Oost vond ik ook heel leuk: wat multicultureler, maar Zuid blijft toch de buurt waar ik me het meest mee verbonden voel.”
Hoe bevalt het wonen in de Quartz, nu je er bijna een jaar zit?
“Het is geweldig! Zó comfortabel. Alles is nieuw, ik heb vloerverwarming, wat heerlijk is in de winter, en een balkon op het zuiden. Het voelt heel luxe allemaal. Er zit een sportschool in het pand, een 24-uurs receptie en afval kan ik gewoon in de containers beneden kwijt. Je hoeft bijna het gebouw niet uit. En de hoeveelheid daglicht hier, daar word je echt blij van.”
En Buitenveldert? Jongere mensen vinden het hier vaak saai…
“Het is inderdaad rustig, na tien uur ’s avonds is het hier bijna uitgestorven. Het zou wel leuk zijn als er ergens een kroegje was met jong publiek. Of een plek waar je na tien uur nog eten kunt afhalen, als je laat klaar bent met werken. Maar dat rustige heeft ook iets sereens. En zodra de zon schijnt, is het prachtig. Er is zóveel groen en water hier.”
Nog leuke dingen ontdekt in de buurt?
“Het Gijsbrecht van Aemstelpark kende ik nog niet: dat ligt tussen het Amsterdamse Bos en het Amstelpark. En laatst ontdekte ik per toeval een heel schattig strookje groen met een watertje, de Kleine Wetering, achter winkelcentrum Rooswijck. Op het Gelderlandplein heb je alle winkels, heel chill. En de VU, waar ik mijn master heb gehaald, zit op loopafstand. Af en toe ga ik daar nog zitten werken. Ik vind het leuk om die studenten-vibe te voelen, die mis ik soms nog echt.”
Heb je er wat aan gehad, al die jaren van studeren?
“Ik ben nu ondernemer en heb samen met Cas Boswinkel een eigen bedrijf opgezet: Deskio. We maken zorgapps voor praktijken. Tandartsen, mondhygiënisten en poliklinieken die onze software gebruiken voor hun planning. Als er een annulering binnenkomt, vult de app die automatisch op met patiënten die graag eerder willen komen. Voor iemand met bijvoorbeeld kiespijn scheelt dat enorm: die krijgt een seintje via WhatsApp, reageert met één druk op de knop en kan vaak weken eerder terecht. We zijn begonnen bij individuele praktijken en werken nu ook met grote polikliniek-ketens. Daar besparen ze elke dag uren belwerk, en patiënten worden gemiddeld twintig dagen eerder geholpen. Heel tof om die impact te zien.”
Kun je ervan leven?
“Nog niet volledig. Daarom geef ik ook nog padellessen. Gelukkig vind ik dat echt leuk om te doen, dus het voelt niet als ‘moeten’. En het combineert perfect met het ondernemerschap.”
Als jongetje leek het erop dat jij profsporter zou worden…
“Ja. Als baby kroop ik al rond bij squashbanen; mijn vader was negenvoudig Nederlands kampioen squash. Uiteindelijk vond ik tennissen leuker. Tot mijn vijftiende tenniste ik op nationaal niveau, ik was er echt serieus mee bezig. Toen brak er een stukje bot van mijn elleboog af door overbelasting, waardoor ik twee jaar niet kon tennissen. Dat was heel zwaar. Alle jongens met wie ik trainde gingen door met hun droom, en ik stond stil. Maa achteraf was het ook een soort bevrijding: de druk viel weg. En later vond ik mijn plezier terug in padel, zonder die topsportstress. Daar ben ik trainer in geworden.”
Wat is nu jouw droom?
“Eerst wil ik Deskio zo groot mogelijk maken en impact creëren door ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen die zorg nodig hebben in Nederland eerder geholpen kunnen worden. Daarna wil ik misschien nog meer ondernemingen starten, ergens op het snijvlak van zorg, sport en mentaal welzijn, dat past het beste bij me.”
Zuid ooit uit?
“Het liefst wil ik altijd in de Quartz blijven wonen. Tenzij er ooit kinderen komen, dan lijkt een tuin me wel heel fijn. Ik zie mezelf sowieso niet buiten Amsterdam wonen, en binnen Amsterdam vind ik Zuid toch echt het leukst. Dus nee, uit Zuid wil ik eigenlijk nooit meer weg.”
Tot slot, heb je nog goede voornemens voor het nieuwe jaar?
“Ja! Ik wil een driegangendiner koken voor familie of vrienden. Dit huis is zo fijn dat ik hier mensen wil uitnodigen en dan wil ik ook goed koken. Ik oefen met kookboeken en online recepten, die ik één voor één uitprobeer. Uiteindelijk moet daar een mooie driegangenavond uit komen. Na al mijn partyanti-kraakperiodes, en nu ik hier in een volwassen appartement woon, heb ik het gevoel dat ik toe ben aan een volwassen leven en dus aan een volwassen kookstijl. En oh ja, in een volwassen huis horen natuurlijk ook planten en iets van kunst aan de muur, dus dat wil ik volgend jaar gaan regelen.”

