OP DE THEE BIJ: COMEDIAN NELSON MARTINEZ

door | feb 1, 2026

ELKE MAAND GAAT TATUM DAGELET OP DE THEE BIJ EEN INTERESSANTE, BEROEMDE OF BERUCHTE BEWONER VAN ZUID.

 

In hartje De Pijp woont Nelson Martinez Aguilar (1993). Tien jaar geleden woonde hij op de Zuidas, had hij een succesvolle baan en verdiende hij goed geld, maar echt gelukkig was hij niet. Inmiddels staat Nelson met veel plezier meerdere avonden per week op het podium als stand-up comedian. Ook is hij te zien in het NPO-programma Laugh Is All You Need, waarin drie comedians onderzoeken hoe ver je met humor komt op een date. Nelson groeide op in Eindhoven met Spaanse en Latijns-Amerikaanse roots, studeerde aan de Hogere Hotelschool in Breda en kwam via stages in de hotellerie naar Amsterdam. Tijdens de thee praten we over wonen in Zuid, de liefde en het lef om steeds opnieuw te kiezen voor wat echt bij hem past. 

 

Hoe ben je hier beland?
Sinds mijn twintigste woon ik in Amsterdam. Ik heb in Oost gewoond, in het centrum, op de Zuidas en eerder ook al in De Pijp. Ik ben best vaak verhuisd. Dat begon in mijn studententijd, van kamer naar kamer, en later had het ook met de liefde te maken. Ik trap er elke keer weer in: samenwonen. En dan gaat het weer mis en moet ik iets nieuws zoeken. In deze woning zit ik nu anderhalf jaar. Voor het eerst woon ik alleen, en dat bevalt me eigenlijk heel goed. Niet dat ik tegen samenwonen ben, maar ik merk dat het me rust geeft.” 

 

Je bent opgegroeid in Eindhoven, hoe was dat? 
“Ik kon daar niet aarden. Rond mijn vijftiende wist ik wel zeker dat ik gay was, en daar voelde ik dat ik nooit echt mezelf kon zijn. Er waren geen voorbeelden, geen rolmodellen, alsof ik de enige was. ‘Homo’ was een scheldwoord. Om me heen leek iedereen een heel duidelijk pad te volgen: man-vrouw, kinderen, huisje-boompje-beestje. En ik dacht alleen maar: dit ben ik niet. Ik ben half Spaans en half Chileens, maar dat was daar nooit een probleem. In Eindhoven was een grote Spaanse gemeenschap, het was normaal. Gay zijn was echt anders. Dat heeft zo’n impact gehad op mijn leven, dat ik het daar op het podium ook over móét hebben. Amsterdam voelde voor mij als een soort gay-mekka. Hier dacht ik: eindelijk kan ik ademhalen.” 

robert kranenborg
robert kranenborg

Foto’s: Tatum Dagelet

Robert Kranenborg

En kon je hier ook echt ademhalen?
“Deels wel. Hier voelde ik meer vrijheid, maar ik dacht ook dat verhuizen de oplossing was voor alles. Terwijl je jezelf altijd meeneemt. Je wordt niet gelukkig door alleen van plek te veranderen. Ik ging meteen veel feesten, dat was eigenlijk verdoving. Pas later besefte ik dat je uiteindelijk intern moet kijken. Je moet jezelf leren accepteren, van jezelf leren houden. Dat wist ik toen nog niet.” 

 

Je ging helemaal los in Amsterdam?  

“Ja, ik zat eerst nog op de Hogere Hotelschool in Breda en liep stage bij het Hilton in Amsterdam. Hotelschool, studententijd en horeca: dat is gewoon een combinatie van hard werken en hard feesten. Horecamensen zijn vaak heel uitbundig. Het was eigenlijk het perfecte verdovende medicijn. Je leeft gewoon door, zonder echt stil te staan bij vragen als: wat wil ik nou, wat doe ik eigenlijk, ben ik wel gelukkig, waar ga ik naartoe? Het Hilton was wel heel leuk. Veel mensen werkten daar al jaren, iedereen kende elkaar, het voelde als één grote familie. Maar ik zag in de hotellerie ook dat mensen geleefd werden door hun werk. Alles draaide om de zaak. En toen wist ik vrij zeker: dit wil ik niet mijn hele leven doen. Dus na mijn afstuderen ben ik iets heel anders gaan doen. Ik ben bij een bank gaan werken, op een afdeling die International Clients heette. Ze zochten mensen uit de hospitality. Het team was leuk en internationaal, maar het werk zelf was vrij administratief. Ik verdiende goed, kreeg promoties, maar voelde geen voldoening. Ik dacht altijd: als ik zo’n baan heb, met dit salaris, dan ben ik gelukkig. En toen had ik dat, en was ik het nog steeds niet. Op een gegeven moment zat ik op het hoofdkantoor aan de Gustav Mahlerlaan en woonde ik samen met mijn vriend op de Zuidas. Ik ging naar kantoor, dronk havermelk-lattes en macchiato’s, beetje lullen met mensen, wat charities, eigenlijk deed ik niks.” 

Dat klinkt als het ‘echte’ Zuidas-leven.
“Ja, zeker. Maar voor mij klopte het niet. Tegelijk voelde ik ook dat ik het moest doen. Mijn ouders zijn gastarbeiders. In Spanje zag mijn opa een advertentie van Philips waarin mensen werden geworven om in Nederland te komen werken. Hij vertrok in z’n eentje naar Eindhoven om geld te verdienen. Pas na vier jaar kon hij zijn gezin laten overkomen. Ze hebben allemaal keihard gewerkt voor weinig. Dat ik nu weinig werkte voor veel geld voelde voor hen als een droom. Na vier jaar dacht ik: deze koers brengt me in een gouden kooi. Toen ben ik bij een salesbedrijf gaan werken. Dat was echt een soort Wolf of Wall Street-praktijken: keiharde sales, targets, bonussen, veel bravoure. Maar ook daar werd ik niet gelukkig van. Daarna ben ik gaan ondernemen met een vriend. We hebben een recruitmentbedrijf. Dat doe ik nog steeds, al neemt comedy inmiddels steeds meer ruimte in.”  

 

Hoe kwam stand-up comedy in beeld?
“Vanaf mijn achttiende danste ik salsa op hoog niveau. Ik trad op, gaf les en reisde veel met mijn danspartner. Dat podiumgevoel was er dus altijd. Alleen: met dansen praat je niet. Tijdens het lesgeven maakte ik soms grapjes tussendoor en merkte ik hoe leuk ik dat vond. Eigenlijk wist ik altijd al dat ik cabaret of stand-up wilde doen, maar ik durfde het lange tijd niet. Tot ik op een gegeven moment de stap zette en me inschreef voor een open mic in Utrecht, juist omdat niemand me daar kende. De eerste keer ging goed, de tweede en derde keer ging ik met veel te veel bravoure het podium op en ging ik volledig onderuit. Daarna heb ik een comedycursus gedaan en ben ik blijven optreden. Vanaf het eerste moment wist ik: dit is wat ik wil doen. Inmiddels sta ik vaak vier keer per week op het podium, door het hele land.” 

koffiehoek
koffiehoek

En nu zit je ook in het NPO-programma Laugh Is All You Need, waarin jij een van de drie comedians bent die op dates gaan. Hoe was dat?
“Heel leuk. Het was intens, want bij televisie maken moet je de hele dag ‘aan’ staan. Maar ik vond het bijzonder om te doen. Het is nu gratis te zien via NPO Start en wordt vanaf 3 mei ook op NPO 3 uitgezonden.”  

 

Hoe is het nu met je liefdesleven?
“Daten kost tijd en aandacht. Als ik tijd over heb, kies ik toch vaak voor werk, vrienden, familie of gewoon rust. Ik zeg altijd: een relatie is net een plant. Je moet ’m water geven en in het zonlicht zetten, anders gaat ’ie dood. Hoe leuk je die plant ook vindt. Mijn oma zei altijd: mejor solo que mal acompañado. En ik ben liever alleen dan in een ongelukkige relatie. Ik heb een leuk leven. Ik groei, ik leer, ik doe dingen die bij me passen en wil nog veel doen: meer comedy, tv, muziek, acteren. Als de liefde komt sta ik ervoor open, hoor. Maar als dat niet gebeurt, dan is dat ook oké.” 

 

Zuid ooit uit?  

“Nee. Ik vind het hier fantastisch. Ik woon aan de Ceintuurbaan, midden in de reuring. Ik zit vaak op mijn balkon met een koffietje naar de straat te kijken. Trams, taxi’s, mensen die rennen, fatbikes, het is hysterisch, maar ik geniet er enorm van. En alles is dichtbij. Ik kan last minute besluiten om naar het Concertgebouw te gaan en er gewoon naartoe lopen. Vrienden van mij maken daar een hele dagtrip van, maar voor mij is het heel normaal. Dat voelt als luxe. Toen ik eerder in De Pijp woonde, zei ik al: ik wil hier nooit meer weg. Dit is helemaal mijn vibe. Het epicentrum van wokeheid. De Marie-Claires, de homo’s, non-binaire mensen, alles loopt hier rond. Ik hoef De Pijp niet uit.”  

Advertentie
Gelderlandplein Magazine