OP DE THEE BIJ: KUNSTGENIE JAQUES GRÉGOIRE

door | sep 4, 2025

ELKE MAAND GAAT TATUM DAGELET OP DE THEE BIJ EEN INTERESSANTE, BEROEMDE OF BERUCHTE BEWONER VAN ZUID.

 

Wat een leuke ontdekking: Jacques Grégoire, kunstenaar en wereldreiziger, woont gewoon bij ons om de hoek. Zijn huis is een museum op zich: portretten van zijn helden, een evolutieserie van Maria, wanden vol schilderijen, stapels aquarellen met elk een eigen verhaal en wetenschappelijke logboeken van verre voettochten naar de vier windstreken. Jacques (62) groeide op in Den Haag en woont al 35 jaar in Zuid. Hij schildert, reist jaarlijks naar Australië, wandelt duizenden kilometers en leeft in diepe verbondenheid met de natuur. In september verschijnt zijn langverwachte boek Het Lied van het Land, over hoe de Aboriginals zijn leven voorgoed veranderden. Tijdens mijn theebezoek praten we over kunst, vogels, liefde, en de bosuil op de Krammerstraat.

robert kranenborg
Robert Kranenborg
Als je geboren wordt met de naam Jacques Grégoire moét je wel kunstenaar, filosoof of schrijver worden, toch?

“Haha, ja die naam blijft wel hangen hè?”

En jij bént ook van alles…

“In de kern ben ik schilder. Maar ik teken, fotografeer en schrijf ook. Er is zóveel dat me inspireert, ik wil me niet tot één stijl beperken. Als kind was ik al de hele dag aan het tekenen. Slagvelden met honderden mannetjes, daar kon ik uren op zwoegen.”

Dus het was al vroeg duidelijk wat je wilde worden?

“Nee, na school ben ik eerst in dienst gegaan. Maar ook daar bleef ik tekenen. Op een dag maakte ik een strip over de ongelijkheid tussen kinderen van officieren en onderofficieren, die niet met elkaar mochten spelen. Die strip ging het kamp rond als een soort protestbrief. Toen ze ontdekten dat ik het gemaakt had, moest ik elk weekend wachtdienst draaien. Maar daardoor ontdekte ik dat beeld minstens zo krachtig is als taal.”

 

Daarna ging je naar de kunstacademie?

“Ja, in Den Haag. Tijdens een beoordeling werd ik voor de klas gehaald. “Dit is een voorbeeld van iemand die totaal geen kunstenaar is,” zei mijn docent. Maar ik bleef mijn eigen werk maken. Uiteindelijk studeerden vier van een lichting van veertig mensen af. Ik ben de enige die professioneel kunstenaar is geworden.”

En vervolgens begon jouw Australië-avontuur?

“Na mijn afstuderen bezocht ik mijn zusje in Sydney. Daarna trok ik de woestijn in en maakte ik voor het eerst kennis met de Aboriginals. Hun connectie met het land en de natuur fascineerde me enorm. Terug in Nederland las ik The Songlines van Bruce Chatwin, die als eerste ooit over de verhalen en cultuur van de Aboriginals schreef.
In zijn voetsporen wilde ik terug naar Australië, om te onderzoeken wat er nog over was van die cultuur. Met de opbrengst van mijn eerste expositie ben ik teruggegaan. Ik had nog geen rijbewijs, dus ik fietste 3.000 kilometer van Sydney naar Alice Springs, dwars door de woestijn.”

 

Kwam je makkelijk in contact met de Aboriginals?

“In eerste instantie niet. Ze wilden niets met me te
maken hebben. Tot ik Fred Brophy ontmoette, hij had een rondreizende bokstent en trok met zijn show langs Aboriginalgemeenschappen. Ik werd zijn rechterhand en ging met hem mee. Omdat hij hun ‘mate’ was, werd ik ook geaccepteerd. Zo werd ik meegenomen de woestijn in, en kreeg ik verhalen, kennis en geheimen te horen die normaal alleen binnen de gemeenschap blijven. Telkens als we op een nieuwe plek kwamen, ging de les verder.”

koffiehoek

Wat leerde je?

“Essentiële kennis over hun connectie met de natuur.
Hoe de mens daar een onlosmakelijk onderdeel van is. Wij denken vaak dat we erboven staan, alles moeten beheersen. Maar zij weten: de natuur regelt zichzelf al miljarden jaren. Alles in de natuur leeft en communiceert met elkaar én met ons – planten, dieren, noem maar op. Tijdens een kampvuur merkte ik ineens dat er een slang achter me voorbijgleed, ook al zag of hoorde ik ‘m niet. De Aboriginal tegenover me zei: ’No worries mate, that’s just one of my brothers.’ Hij bedoelde dat letterlijk – hij was van de King Brown Snake-stam. En ik dacht: hoe wist hij dat ík wist dat er een slang was? Sindsdien weet ik: iedereen heeft het vermogen om signalen uit de natuur te ontvangen. Alleen moet je het opnieuw leren verstaan. In de stad raak je dat kwijt, alles leidt af. Maar als je lang genoeg in de natuur bent, komt het terug. Na deze reis begon ik in Nederland met het schrijven aan het boek over de Aboriginals dat er nu – na 35 jaar – eindelijk gaat komen.”

 

Woonde je toen al in Amsterdam-Zuid?

“Na die reis kon ik niet meer terug naar het huis in Den Haag waar ik met mijn vriendin woonde. Zij was er inmiddels met mijn beste vriend vandoor. Dat is mijn grote geluk geweest, want zo kwam ik in de Rivierenbuurt, in een soort studentenhuis. Daar, in een achterkamer, zat

ik dagelijks te schrijven en Judith, mijn overbuurvrouw, zwaaide altijd. Op een dag nodigde ze me uit voor koffie. Inmiddels zijn we 35 jaar samen, hebben twee kinderen, een kleinzoon en nog een kleinkind op komst. Het is ongelooflijk hoeveel vrijheid Judith me heeft gege- ven. Dankzij haar kon ik 28 jaar lang elk jaar minimaal zes weken naar Australië. Dat is voor mijn werk essentieel geweest.”

 

 

Wat deed je daar nog meer?

“Ik ben vogels gaan schilderen én bestuderen. Ik onder- zocht de invloed van geologie op hun leefgebied. In 2015 schreef ik daar een boek over, geïnspireerd op de vogelstudies van John Gould van 150 jaar geleden. Daar- na wilde ik weer verder met het boek over de Aboriginals, maar eerst moest mijn hoofd leeg.”

 

En toen begonnen de langeafstandswandelingen?

“Ja, ik las over Patrick Leigh Fermor, een Britse schrijver die op zijn achttiende van de Noordzee naar de Zwarte Zee liep. Dat wilde ik ook. Met rugzak, aquarel spullen en ver- rekijker liep ik dagelijks dertig kilometer. Elke dag maakte ik een aquarel van het landschap en tekende ik de vogels die ik zag. Na honderd dagen kwam ik aan bij de Zwarte Zee – met honderd aquarellen op zak. Het bleef niet bij één tocht. Vanuit Amsterdam liep ik naar Gibraltar, Ierland en voorbij de poolcirkel. In totaal heb ik meer dan 10.000 kilometer gewandeld. Onderweg zag ik hoe vogelsoorten inmiddels 1.500 kilometer noordelijker voorkomen dan in de laatste vogelboeken. Die waarnemingen zijn waardevol voor toekomstig onderzoek.”

 

Wat wordt je volgende tocht?

“Vanuit Avignon wandel ik naar Genua, waar ik het
spoor ga volgen van schrijvers door Italië en Griekenland. Elke dag weer een aquarel. En ik blijf langzaam lopen: maximaal drieënhalf kilometer per uur. Dan zie je écht alles. Dat leerde ik van de Aboriginals: openstaan voor wat er is. Dan zie je dat Europa nog zoveel natuur en lege plekken heeft.”

koffiehoek

Wandel je hier ook in de buurt?

“Zeker. We wonen vlakbij het Beatrixpark. Daar zit een ijsvogel, een bosuil, groene spechten: prachtige vogels die je niet vaak ziet. ’s Nachts vliegt de bosuil door de buurt. Soms zit hij op een tak voor ons raam, dan maak ik Judith wakker. En in de oude schoorstenen nestelen kauwtjes. Geweldig om ze erin te zien duiken.”

 

En nu verschijnt dan eindelijk jouw boek!

“Ja, Het Lied van het Land ligt vanaf 15 september in de winkel. Het boek dat ik 35 jaar geleden al had willen schrijven, maar toen was de tijd er niet rijp voor. Nu is het moment daar om te vertellen welke lessen ik meekreeg van de Aboriginals die mijn leven totaal veranderd hebben.”

 

Wat is de allerbelangrijkste les?

“Dat we als mensen tot veel meer in staat zijn dan we denken – als we de verbinding met de natuur herstellen. Wij zijn natuur. En inspiratie uit die natuur kan mensen verbinden. Via kunst en schilderijen kon ik dat al, maar nu ook in woorden. Die woorden versterken de beelden die ik heb gemaakt.”

 

Waar kunnen we jouw werk bewonderen?

“Op 18 september geef ik een lezing bij Boekhandel Van Rossum. In december open ik een pop-upgalerie in de Roelof Hartstraat 7. En, bij de kunstcollectie van de AkzoNobel Art Foundation, aan het eind van de Beetho- venstraat, hangen ook werken van mij. Leuke tip: je kunt daar gewoon naar binnen en koffiedrinken tussen kunst van wereldklasse.”

Advertentie
Gelderlandplein Magazine