TATUM OP DE THEE BIJ MEDIATOR IN STRAF- EN HERSTELZAKEN REBECCA LEEUWENBERG
Op een borrel raakte ik aan de praat met Rebecca Leeuwenberg (1971). Ze vertelde mediator in strafzaken te zijn en dat vond ik zó ontzettend spannend klinken. Daar wilde ik meer over horen, dus ging ik bij haar op de thee. Rebecca woont al bijna 33 jaar in de Rivierenbuurt, waarvan 23 jaar in haar huidige huis met een enorme tuin die je bij zo’n woning niet snel verwacht. Ze werkte vijftien jaar bij de reclassering en begeleidt ook mensen bij scheidingen. Daarnaast zet ze zich in voor mediation in straf- en herstelzaken op Curaçao, de BES-eilanden en in Suriname. Tijdens de thee vertelt Rebecca over haar bijzondere vak, tweede kansen en waarom ze niet weg wil uit Zuid.
Wat een fijn huis! Sinds wanneer woon je hier?
“In dit huis al bijna 23 jaar. Onze zoon is 21 en onze dochter 19, dus we woonden hier al voordat zij kwamen. Inmiddels studeert onze zoon in Utrecht, dus nu wonen we hier met z’n drieën.”
En hoe ben je in Amsterdam-Zuid terechtgekomen?
“Zoals je hoort heb ik een zachte G, ik kom uit Brabant. Op mijn achttiende verhuisde ik naar Amsterdam om te studeren en woonde op verschillende plekken in de stad. Wat ik leuk vind aan de Rivierenbuurt is de diversiteit aan bewoners. Hiervoor woonde ik al zo’n tien jaar bij de Rijnstraat, maar dit stukje rond de Maasstraat vind ik nóg fijner. We hebben goede buren en de ligging is ook praktisch: ik werk door het hele land, zit hier zo op de snelweg en het openbaar vervoer is dichtbij. Mijn man Paul is KNOarts in het VUmc en fietst daar gewoon naartoe. En we hebben een heerlijke grote tuin. Toen we die voor het eerst zagen dachten we: dit huis moeten we niet laten lopen.“
Je bent mediator in strafzaken. Wat is dat precies?
“Bij mediation in strafzaken begeleiden twee gespecialiseerde mediators het gesprek tussen slachtoffer en verdachte, terwijl de strafzaak loopt. Zij bespreken wat er is gebeurd, welke gevolgen dat heeft, beantwoorden vragen en verkennen wat nodig is om verder te kunnen. Ze zijn onafhankelijk en kiezen geen partij.”
Was jij vroeger op het schoolplein ook degene die altijd de ruzies suste?
“Nee, niet altijd, en thuis ben ik ook geen mediator. Ik ga de confrontatie gewoon aan. Maar ik wilde wel altijd weten waarom mensen doen wat ze doen. Toen ik een jaar of tien was, zag ik op televisie hoe een vezel op een broek leidde tot het vinden van de moordenaar. Vanaf dat moment dacht ik: ik wil rechercheur worden. Dat onderzoeken vond ik intrigerend en spannend. Waarom pleegt iemand een delict? Wat zit erachter? Die nieuwsgierigheid heb ik eigenlijk nog steeds.“
Maar uiteindelijk ben je geen rechercheur geworden?
“Tijdens mijn studie Sociaal Juridische Dienstverlening aan de HvA liep ik stage bij politie Amsterdam, politie Curaçao en de sociale recherche en daarna heb ik gewerkt als bedrijfsrechercheur. Op mijn 21ste kreeg ik een autoongeluk waardoor ik niet door de keuring voor de politieacademie zou komen. Via deze omweg ben ik toch in dit werkveld terechtgekomen en ben ik bij Reclassering Amsterdam gaan werken. Daar begeleidde ik mensen met een enkelband, in de laatste fase van hun detentie. Ik geloof in een tweede of derde kans.“
Wanneer kwam mediation in beeld?
“Ik werkte elf jaar bij de reclassering en geloofde heel erg in resocialisatie, maar ik miste daarin dat iemand ook verantwoordelijkheid neemt tegenover het slachtoffer. Uitleg geven over wat er is gebeurd, erkennen wat je aandeel daarin was, vragen beantwoorden en eventueel excuses aanbieden, kunnen beide partijen helpen om verder te gaan. Voor een verdachte kan dat bovendien helpen om niet opnieuw de fout in te gaan. Ook een rot antwoord is nog steeds een uitleg. In 2010 werd ik mediator in strafzaken, iets wat toen nog nauwelijks bestond. Met een kleine groep hebben we dit verder geïmplementeerd. Sinds 2017 is het landelijk uitgerold en kan de officier van justitie of rechter laten onderzoeken of mediation geschikt is. Dat kan bij allerlei soorten zaken, van geweld en diefstal tot zedenzaken, burenruzies en verkeersongevallen. Heel veel zaken zijn geschikt voor mediation, maar niet alle mensen.”
Hoe gaat zo’n gesprek?
“Het gesprek vindt plaats in de rechtbank en wordt begeleid door onafhankelijke, gespecialiseerde mediators. Het is vertrouwelijk en vrijwillig: verdachte en slachtoffer beslissen zelf of ze willen deelnemen. We spreken hen eerst apart en beoordelen of een gezamenlijk gesprek verantwoord is. Aan tafel vertelt eerst de één wat er volgens hem of haar is gebeurd, terwijl de ander luistert; daarna andersom. Ook de emotie en gevolgen komen aan bod en er kunnen vragen worden gesteld. Bijna altijd hebben mensen dezelfde gebeurtenis totaal anders beleefd. De puzzel wordt opnieuw gelegd en door zo’n gesprek zie je ook de mens achter de zaak. Het is een intense en vaak emotionele confrontatie. Het gaat er niet om het eens te worden, maar om het gebeurde te kunnen bespreken en uitspreken. Agree to disagreekan ook een uitkomst zijn. De vraag is vooral: wat hebben jullie nodig om verder te kunnen?”
Je bemiddelt niet alleen tussen slachtoffers en verdachten…
“Nee, ik ben sinds 2012 zzp’er, eigenaar van Stichting SHHIN – Stichting Herstelrecht en Herstelinterventies Nederland – en scheidingsbemiddelingscentrum Goed Uit Elkaar, waar we mensen begeleiden die uit elkaar gaan. Daarnaast zet ik me samen met mijn collega in om mediation in strafzaken en herstelrecht-interventies verder te ontwikkelen op Curaçao, de BESeilanden en in Suriname. Daar gaan we sinds 2021 een paar keer per jaar naartoe.“
En wat doe je als je even helemaal niet met je werk bezig wilt zijn?
“Ik zit al zo’n dertig jaar in een Braziliaanse percussieband. Als oer-Hollandse vrouw, haha! Verder houd ik van mijn gezin, muziek, sport, vrienden, reizen en gezellige etentjes. Er is in Zuid zóveel leuks te doen.”
Zuid ooit uit?
“We zijn helemaal blij in Zuid en kunnen in ons huis op de begane grond, zonder drempels en met een grote tuin, prima oud worden.”

